Recht van overpad: wie mag wat, en wie draait op voor het pad?
Bronnen nagelopen op 30 augustus 2026
Recht van overpad is een erfdienstbaarheid: de buren mogen over een strook van jouw grond naar de weg, of jij over een strook van hen (artikel 5:70 van het Burgerlijk Wetboek). Het staat in een notariële akte die bij het Kadaster is ingeschreven, of het is door verjaring ontstaan (5:72). Wie het pad gebruikt, doet dat op de manier die de eigenaar van de grond het minst last geeft (5:74) en betaalt zelf wat hij op het pad aanlegt en onderhoudt (5:75), tenzij de akte iets anders zegt. Een poort op het pad mag, zolang de buren erdoor kunnen.
Iemand nodig voor tuin & bestrating?
Plaats gratis je klus. Professionals reageren met hun eigen prijs en je kiest zelf. Je geld staat veilig tot je akkoord geeft.
Twee erven, één pad: wie is wie
De wet praat niet over buren maar over erven. Het dienende erf is de grond waar het pad overheen loopt; de eigenaar daarvan moet het dulden. Het heersende erf is het perceel dat via dat pad naar de weg komt; de eigenaar daarvan mag het gebruiken. Het recht zit vast aan de grond en niet aan de mensen: verkoop je het huis, dan verkoop je het recht of de last erbij.
Recht van overpad is geen apart soort recht. Het is de bekendste vorm van een erfdienstbaarheid, de verzamelnaam uit artikel 5:70 voor elke last waarmee het ene erf ten gunste van het andere is bezwaard. Een recht om een leiding door de grond van de buren te leggen of om een raam op hun tuin te houden is ook een erfdienstbaarheid; alleen loopt daar niemand overheen. Voor de regels maakt de naam niets uit: alles hieronder staat in Boek 5, titel 6, en geldt net zo goed voor een afvoer als voor een pad.
Wat het niet is: een afspraak. Mogen de buren al jaren achterom omdat jij dat goed vindt, dan is dat gedogen. Gedogen kun je stoppen en het gaat niet mee bij verkoop, ook niet als het al twintig jaar zo gaat. Het verschil met een echt recht van overpad zit in de akte of in de verjaring, en dat is precies waar de volgende stap over gaat.
Heb ik recht van overpad? De drie plekken waar het staat
Een recht van overpad staat nooit op een bordje in de tuin. Het staat in een akte, en soms in een akte van lang geleden. Zo zoek je het op, in de volgorde die het minste kost.
- Lees je eigen eigendomsakte. Onder het kopje erfdienstbaarheden staat of jouw perceel een pad over het erf van de buren mag gebruiken, of juist een pad moet dulden. Vaak staat er alleen een verwijzing naar een oudere akte, met een deel- en nummeraanduiding.
- Lees de akte van de buren. Het recht kan alleen in hun akte zijn vastgelegd. Kun je die niet inzien, dan vraag je bij het Kadaster een kopie op; dat kost 19,85 euro per e-mail (tarief Kadaster, geraadpleegd op 11 september 2026).
- Staat er in geen van beide iets, laat dan een erfdienstbaarhedenonderzoek doen. Het Kadaster zoekt dan alle ingeschreven akten van het perceel door. Een beperkt onderzoek tot 1950 kost 190 euro per perceel, een volledig onderzoek 350 euro. Je vraagt het aan voor het dienende erf, dus voor de grond waar het pad overheen loopt, en je krijgt de aktenummers terug waarin een erfdienstbaarheid is gevonden.
- Levert ook dat niets op, dan zijn er nog twee routes: verjaring, als het pad al tien of twintig jaar als recht wordt gebruikt, en de noodweg van artikel 5:57 als jouw perceel zonder dat pad niet fatsoenlijk bij de openbare weg kan. Beide staan verderop op deze pagina.
Wie mag wat en wie betaalt: de tabel
Dit overzicht staat op geen enkele andere pagina. Per situatie zie je wat de eigenaar van de grond mag, wat de gebruiker van het pad mag, wie betaalt en in welk artikel dat staat. Alles is nagelopen in de geldende tekst van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek op 11 september 2026. Staat er in jouw akte iets anders, dan gaat de akte voor: bijna elk artikel hieronder laat dat uitdrukkelijk toe.
| Situatie | Eigenaar van de grond (dienend erf) | Gebruiker van het pad (heersend erf) | Wie betaalt | Artikel |
|---|---|---|---|---|
| Wat het is | Moet het gebruik dulden | Mag over het pad komen en gaan | Niemand, tenzij de akte een vergoeding noemt | 5:70 |
| Hoe het ontstaat | Notariële akte bij het Kadaster, of verjaring | Idem | Wie de akte laat opmaken betaalt de notaris; meestal de gebruiker | 5:72 |
| Wat er precies mag: te voet, fiets, auto | Mag wijzen op wat de akte zegt | Alleen wat de akte zegt; zegt die niets, dan de plaatselijke gewoonte en hoe het al lang gaat | Geen kosten | 5:73 lid 1 |
| Hoe je het pad gebruikt | Mag eisen dat het zo min mogelijk last geeft | Moet de minst bezwarende manier kiezen | Geen kosten | 5:74 |
| Pad verleggen naar een andere strook | Mag een ander deel van het erf aanwijzen, als de gebruiker er niets bij inlevert | Moet dat accepteren | Eigenaar van de grond | 5:73 lid 2 |
| Bestrating, verlichting, onderhoud | Hoeft niets te doen tenzij de akte dat zegt | Mag op eigen kosten aanleggen wat nodig is en moet het onderhouden | Gebruiker van het pad, tenzij de akte anders zegt | 5:75 lid 1 en 3 |
| Iets bouwen of planten op het pad | Mag het niet zelf gebruiken | Mag het aanbrengen en later weer weghalen, mits hij de grond in de oude staat brengt | Gebruiker van het pad | 5:75 lid 2 tot en met 4 |
| Vergoeding voor het gebruik | Alleen als de akte een retributie noemt | Betaalt wat de akte zegt, anders niets | Gebruiker, alleen bij afspraak | 5:70 lid 2 |
| Poort of hek op het pad | Mag, zolang de doorgang blijft (sleutel, code) | Mag toegang eisen, geen vrije doorrit | Wie de poort wil, betaalt hem | 5:73 en 5:74, rechtspraak |
| Parkeren, container, spullen op het pad | Mag dat verbieden | Mag het pad alleen gebruiken om te komen en te gaan | Geen kosten | 5:73 lid 1 |
| Geen akte, wel al jaren in gebruik | Kan het recht door verjaring kwijtraken | Tien jaar bezit te goeder trouw of twintig jaar zonder | Geen kosten, wel bewijs | 3:99, 3:105, 5:72 |
| Wijzigen of opheffen via de rechter | Kan het vorderen bij onvoorziene omstandigheden, na twintig jaar bij strijd met het algemeen belang, of als de gebruiker geen redelijk belang meer heeft | Kan wijziging vorderen als het gebruik onmogelijk is geworden | Wie vordert, betaalt de procedure | 5:78 tot en met 5:81 |
| Afkopen of afstand doen | Moet meewerken als de gebruiker afstand wil doen | Kan afstand doen via de notaris | Onderhandeling; er staat geen bedrag in de wet | 5:82 |
| Verkoop van een van de huizen | De last blijft op de grond rusten | Het recht gaat mee naar de koper | Geen kosten | 5:70 |
| Geen recht, wel ingesloten | Kan een noodweg opgelegd krijgen tegen vergoeding van de schade | Kan een noodweg vorderen bij de rechter | De ingeslotene betaalt de schade vooraf | 5:57 |
Burgerlijk Wetboek Boek 5, titel 6 (artikelen 70 tot en met 84) en artikel 57, geldende tekst per 1 januari 2026, nagelopen op 11 september 2026. Waar de akte mag afwijken, gaat de akte voor.
Te voet, met de fiets of met de auto, en hoe breed
De eerste vraag bij bijna elke ruzie is niet óf de buren over het pad mogen, maar hóe. Artikel 5:73 lid 1 geeft de volgorde: eerst de akte, en als die zwijgt de plaatselijke gewoonte. Staat er 'te voet en met de fiets', dan is een auto er niet bij, ook niet als het pad breed genoeg is. Staat er alleen 'recht van overpad' zonder meer, dan kijk je naar wat er in die buurt gebruikelijk is en naar hoe het pad al jaren wordt gebruikt.
Die laatste regel is belangrijker dan hij lijkt. Is een erfdienstbaarheid te goeder trouw geruime tijd zonder tegenspraak op een bepaalde manier gebruikt, dan is bij twijfel die manier beslissend. Rijden de buren al vijftien jaar met de auto over het pad en heeft niemand ooit bezwaar gemaakt, dan heeft de eigenaar van de grond een probleem als hij dat nu ineens wil verbieden. Andersom geldt het ook: wie altijd te voet ging, kan niet zomaar met de auto beginnen. Dat heet verzwaring en dat mag niet zonder nieuwe akte.
Over de breedte staat niets in de wet. Er bestaat geen minimum van een meter of anderhalve meter. De breedte is de maat uit de akte, en als die er niet in staat, de breedte die het pad feitelijk al die tijd had. Een oprit die altijd drie meter breed was, mag de eigenaar van de grond niet tot een meter versmallen met een border of een rij tegels. Wie een paar centimeter kwijtraakt door een nieuwe schutting heeft daarentegen zelden een zaak, want de toegang blijft.
Al deze vragen worden gemeten aan artikel 5:74: het gebruik moet op de voor de grondeigenaar minst bezwarende manier. Dat werkt twee kanten op. De gebruiker rijdt niet harder dan nodig en niet 's nachts met de radio aan over het pad, en de grondeigenaar zet het pad niet vol met obstakels omdat hij het gebruik liever kwijt is.
Poort, hek, sleutel en spullen op het pad
Een poort mag. Dat is de regel die het meest wordt betwist en het vaakst wordt bevestigd. De eigenaar van de grond mag zijn erf afsluiten, ook op de plek waar het pad begint, zolang de buren erdoor kunnen. In de praktijk betekent dat een sleutel, een code of een poort die van beide kanten open kan. Een poort met een slot waarvan alleen de grondeigenaar de sleutel heeft, is geen poort maar een versperring, en dat is precies waar de rechtszaken over gaan.
Van de 81 uitspraken uit 2025 en 2026 die we hebben gelezen, waren er 12 een kort geding. Dat is de spoedprocedure waarin iemand nú toegang wil, of nú een hek weg wil hebben. De rechter kijkt dan alleen of de doorgang echt onmogelijk is gemaakt. De Rechtbank Midden-Nederland wees op 20 mei 2026 een verbod op een hek op de erfgrens af, omdat de doorgang bleef en er geen sprake was van misbruik van bevoegdheid of van een noodweg (ECLI:NL:RBMNE:2026:2749). Het hek mocht blijven staan; wie dat wilde tegenhouden, betaalde de kosten van de procedure.
Andersom geldt: het pad is om te komen en te gaan, niet om te staan. Wie recht van overpad heeft, mag er niet parkeren, geen aanhanger stallen, geen container laten staan en geen fietsen tegen de schutting van de buren zetten. Dat volgt uit artikel 5:73 lid 1: de inhoud van het recht is wat de akte zegt, en een akte die overpad geeft, geeft geen opslag. De grondeigenaar mag daar gewoon tegen optreden.
Wil je een poort plaatsen op een pad met recht van overpad, doe dan drie dingen. Geef de buren vooraf een sleutel of de code, zet dat op papier met een datum, en kies een poort die van binnenuit zonder sleutel open kan. Dan is er niets meer om over te procederen. Een hek op de erfgrens zelf valt onder dezelfde regels als elke andere erfafscheiding; die staan in onze gids over de schutting.
Onderhoud, bestrating en verlichting: wie betaalt
Dit is de vraag waar geen van de pagina's in de zoekresultaten een hard antwoord op geeft, terwijl artikel 5:75 er letterlijk over gaat. De hoofdregel: de gebruiker van het pad betaalt. Lid 1 zegt dat de eigenaar van het heersende erf op eigen kosten op het dienende erf alles mag doen wat voor het gebruik nodig is. Lid 2 zegt dat hij op eigen kosten bestrating, verlichting of een hekje mag aanbrengen als dat nodig is. En lid 3 zegt dat hij wat hij heeft aangebracht ook moet onderhouden, voor zover dat in het belang van de grondeigenaar nodig is.
Wat de grondeigenaar dus niet hoeft: het pad voor de buren bestraten, de plassen wegwerken of de lamp vervangen. Hij moet dulden dat de buren het doen, en hij mag de tegels die zij hebben gelegd niet zelf gaan gebruiken alsof het zijn terras is (lid 4). Haalt de gebruiker zijn bestrating ooit weer weg, dan moet hij de grond in de oude staat terugbrengen.
Twee uitzonderingen. De akte kan van dit alles afwijken (lid 5), en dat gebeurt vaak: in veel akten van nieuwbouwwijken staat dat de kosten van een gezamenlijk achterpad door alle aangrenzende eigenaren gelijk worden gedragen. Lees dus eerst de akte voordat je een rekening naar de buren stuurt. En loopt het pad over een mandelige strook, een stuk grond dat van jullie samen is, dan gelden de regels van mandeligheid in plaats van lid 3 en 4 (lid 6), en betaalt ieder naar zijn aandeel.
Is het antwoord duidelijk, dan komt de klus. Een achterpad opnieuw bestraten, een poort met cilinderslot plaatsen of een lamp met schemersensor aanleggen is werk van een dag voor een hovenier of stratenmaker. Onderaan deze pagina plaats je die klus met de kostenverdeling die je hierboven hebt gevonden, en kijk je in de prijsgids voor tuinwerk wat zo'n pad ongeveer kost.
Betalen voor het recht, of het afkopen
Moeten de buren betalen omdat ze over jouw grond lopen? Alleen als dat in de akte staat. Artikel 5:70 lid 2 noemt dat een retributie: een geldsom, eenmalig of periodiek, die de gebruiker aan de grondeigenaar betaalt. Staat die er niet in, dan is het gebruik gratis en kun je hem achteraf niet alsnog invoeren. Bij het vestigen van een nieuw recht is het wél iets om over te onderhandelen, zeker als het pad de waarde van jouw perceel drukt.
Afkopen is de omgekeerde beweging: de grondeigenaar wil van de last af en biedt de buren geld om afstand te doen. Daar bestaat geen wettelijk bedrag voor en geen tabel. Het is een onderhandeling waarin het belang van de gebruiker de prijs bepaalt: wie zonder het pad zijn garage niet meer kan bereiken, doet geen afstand voor een paar honderd euro. De afstand zelf gaat via een notariële akte die bij het Kadaster wordt ingeschreven, anders staat het recht er over tien jaar nog.
De wet kent nog een derde vorm die weinig mensen kennen. Wil de gebruiker zélf van het recht af, bijvoorbeeld omdat de onderhoudsplicht hem meer kost dan het pad hem oplevert, dan moet de grondeigenaar daaraan meewerken (artikel 5:82). De gebruiker betaalt in dat geval de kosten van de akte. En wil de grondeigenaar het recht kwijt zonder dat de buren meewerken, dan blijft alleen de rechter over: die kan het recht opheffen als de gebruiker er geen redelijk belang meer bij heeft (5:79), en dat wordt niet snel aangenomen.
Brandgang, achterom en gemeentegrond
Drie situaties die mensen door elkaar halen, met drie verschillende antwoorden. De eerste is de brandgang op eigen grond: een achterpad dat over de achterste strook van elk perceel in de rij loopt, waarbij elke eigenaar het stuk achter zijn eigen tuin bezit en de anderen erover mogen. Dat zijn erfdienstbaarheden over en weer, meestal in één keer gevestigd bij de bouw van de wijk. Ieder is dienend erf voor zijn eigen strook en heersend erf voor de rest. Wie zijn stuk afsluit, blokkeert de hele rij en verliest die zaak.
De tweede is de brandgang van de gemeente. Dan is de strook geen onderdeel van de tuinen maar een apart perceel op naam van de gemeente. Er is geen erfdienstbaarheid nodig, want je loopt niet over de grond van de buren; je loopt over gemeentegrond met een gebruiksregeling, en de gemeente bepaalt het onderhoud en of er een hek op mag. Of dat bij jou zo is, zie je op de kadastrale kaart: heeft de strook een eigen perceelnummer, kijk dan wie de eigenaar is.
De derde is de openbare weg. Een pad dat al heel lang voor iedereen toegankelijk is, kan onder de Wegenwet openbaar zijn geworden. Dan mag niet alleen de buurman erover, maar iedereen, en kan de eigenaar het niet afsluiten. Dat is een aparte procedure met eigen termijnen (dertig jaar feitelijk openbaar, of tien jaar met onderhoud door de overheid), en het is de reden dat rechters in overpadzaken vaak eerst uitzoeken of het pad wel een privépad is. In de zaak van Rechtbank Midden-Nederland van 20 mei 2026 was dat een van de drie gronden die werden afgewezen.
Geen akte, wel al jaren over het pad: verjaring
Artikel 5:72 zegt dat een erfdienstbaarheid ook door verjaring kan ontstaan, en hier gaat bijna een kwart van alle rechtszaken over. De termijnen staan in Boek 3: tien jaar bij bezit te goeder trouw (artikel 3:99), en anders twintig jaar (artikel 3:105 in combinatie met 3:306). Te goeder trouw ben je bijvoorbeeld als je een huis kocht met een akte waarin het pad stond, terwijl die akte achteraf niet klopte.
Waar het in de praktijk op vastloopt is het woord bezit. Voor verjaring is het niet genoeg dat je het pad twintig jaar hebt gebruikt; je moet je twintig jaar hebben gedragen alsof je er recht op had, zichtbaar voor de eigenaar. Een pad dat je gebruikte omdat de buren het goed vonden, is gedogen, en gedogen levert nooit een recht op, hoe lang het ook duurt. Een pad dat je zelf bestraatte, verlichtte, waar je een eigen poortje in zette en waar je de buren op aansprak als ze het blokkeerden: dat begint op bezit te lijken.
Dan is er nog een valkuil voor paden van vóór 1992. Onder het oude Burgerlijk Wetboek kon een recht van overpad niet door verjaring ontstaan, omdat het geen voortdurende erfdienstbaarheid was: je loopt er af en toe over, hij werkt niet vanzelf zoals een goot. De termijn begint daardoor meestal pas op 1 januari 1992 te lopen. De Rechtbank Limburg nam op 28 januari 2026 een uitzondering aan voor een pad met vaste inrichting (ECLI:NL:RBLIM:2026:369), maar dat is de uitzondering en niet de regel.
Wat de cijfers zeggen: van de 81 uitspraken uit 2025 en 2026 die we lazen, gingen er 20 over verjaring, en wie beweerde door verjaring een recht van overpad te hebben gekregen, verloor vaker dan hij won. Het Gerechtshof Amsterdam wees het op 18 augustus 2026 af voor iemand die over het erf van de buren naar zijn garage reed (ECLI:NL:GHAMS:2026:2271), het Hof Arnhem-Leeuwarden op 11 augustus 2026 voor rijden met de auto naar de openbare weg (ECLI:NL:GHARL:2026:5242), en het Hof Den Haag op 5 augustus 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:1601). Het lukte wel bij de Rechtbank Den Haag op 30 juli 2025, waar onder het nieuwe recht een overpad door een gang was ontstaan (ECLI:NL:RBDHA:2025:14349), en bij het Hof Arnhem-Leeuwarden op 16 september 2025 voor een pad aan de achterzijde (ECLI:NL:GHARL:2025:5688). Het verschil zat telkens in het bewijs van bezit, niet in de jaren.
Verjaring van het pad werkt hetzelfde als verjaring van een strook grond langs de erfgrens; de gids over het bepalen van de erfgrens legt uit hoe je de termijn stuit en wat de Hoge Raad in de Heusden-zaak besliste over grond die je bent kwijtgeraakt.
Wat de rechter in 2025 en 2026 echt besliste
Op 11 september 2026 telde het uitsprakenregister van de Rechtspraak 871 gepubliceerde civiele uitspraken waarin 'recht van overpad' voorkomt: 68 uit 2025 en 41 uit 2026 tot die datum. De Rechtspraak publiceert maar een deel van alle vonnissen, dus het echte aantal ligt hoger. Van de 81 samenvattingen uit die twee jaar die we hebben gelezen, ging het zo vaak over dit:
- Verjaring: 20 zaken, een op de vier. Wie zich erop beroept, verliest vaker dan hij wint.
- Uitleg van de akte: 17 zaken. Wat betekent 'overpad' als de akte uit 1958 niet zegt of een auto erbij hoort.
- Kort geding: 12 zaken. Iemand wil nú het hek weg of nú toegang; de rechter kijkt alleen of de doorgang echt onmogelijk is gemaakt.
- Auto, rijden of parkeren: 10 zaken. Hek, poort of versperring: 8 zaken. Bijna altijd wint de kant die kan laten zien dat de doorgang bleef, of juist niet.
- Wijzigen of opheffen: 5 zaken, noodweg 3, onderhoud of bestrating 3. Opheffen wordt zelden toegewezen.
- 21 van de 81 waren hoger beroep of cassatie. Wie hieraan begint, gaat vaak door, en betaalt bij verlies de kosten van de andere partij.
Zes zaken om aan te houden
Dit zijn geen samenvattingen van de Rechtspraak maar onze eigen weergave van wat er speelde en hoe het afliep. Het ECLI-nummer is de vindplaats; zoek het op en je leest de hele uitspraak.
- Gerechtshof Amsterdam, 18 augustus 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:2271. Een bewoner reed al jaren deels over het perceel van de buren om bij zijn tuin en garage te komen en vond dat hij daar door verjaring recht op had. Het hof zag geen bezit maar gebruik, en ook geen buurweg. De buren mochten de doorrit beëindigen; de bewoner betaalde de proceskosten in twee instanties.
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 augustus 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:5242. Zelfde vraag, andere buurt: met de auto over het erf van de buren naar de openbare weg. Rechtbank en hof zeiden allebei nee. De les: een auto over het pad is een zware erfdienstbaarheid, en die krijg je niet cadeau door lang genoeg te rijden.
- Rechtbank Den Haag, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14349. Hier lukte het wel. Onder het oude recht kon het overpad door een gang niet verjaren, maar onder het nieuwe recht was de termijn sinds 1992 volgemaakt. De rechtbank verklaarde het recht voor recht en veroordeelde de buurman om mee te werken aan inschrijving bij het Kadaster.
- Rechtbank Midden-Nederland, 20 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2749. Kort geding over een hek op de erfafscheiding. De kopers van het naastgelegen huis wilden een verbod; de rechter wees het af omdat er geen misbruik van bevoegdheid was, het pad geen openbare weg was en er geen noodweg nodig was. Het hek bleef staan.
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 september 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:5982. De grondeigenaar wilde het recht van overpad laten opheffen via artikel 5:79 omdat de buren er volgens hem niets meer aan hadden. De rechtbank vond dat er nog een redelijk belang was en wees het af. Opheffen is de uitzondering; de wet beschermt het bestaande recht.
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 18 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7234. Een gebruiker van het pad had er een nieuwe asfaltlaag op gelegd. De grondeigenaar eiste dat die eraf ging. Het hof zei nee: wie het recht heeft, mag het pad in orde houden, en een nieuwe laag hoeft niet weg. Dat is artikel 5:75 in de praktijk.
Verleggen, wijzigen, opheffen, en wat er gebeurt bij verkoop
Verleggen is het minst ingrijpend en het staat in artikel 5:73 lid 2. De eigenaar van de grond mag het pad naar een andere strook van zijn erf verplaatsen, bijvoorbeeld van het midden van de tuin naar de rand, zolang de gebruiker er niets bij inlevert. De kosten van die verhuizing, dus de nieuwe bestrating, zijn voor de grondeigenaar. Hij hoeft de buren er niet om te vragen, maar hij moet wel kunnen laten zien dat de nieuwe route even goed is.
Wijzigen of opheffen kan alleen de rechter, en de lat ligt hoog. Artikel 5:78 geeft de grondeigenaar twee gronden: onvoorziene omstandigheden waardoor het recht in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, of, als het recht al twintig jaar bestaat, strijd met het algemeen belang. Artikel 5:79 voegt daar de situatie aan toe dat het gebruik onmogelijk is geworden of dat de gebruiker geen redelijk belang meer heeft. Dat de buren tegenwoordig ook via de voorkant kunnen, is zo'n belang niet meteen kwijt; de Rechtbank Zeeland-West-Brabant wees het op 3 september 2025 op precies die grond af. Andersom kan de gebruiker via artikel 5:80 wijziging vragen als zijn pad door omstandigheden onbruikbaar is geworden.
Bij verkoop verandert er niets. Het recht is een zakelijk recht: het zit aan de grond vast en gaat mee naar de koper, aan beide kanten. Een koper van het heersende erf krijgt het pad erbij, een koper van het dienende erf krijgt de last erbij, ook als de verkoper er niets over zei. Wordt een van de twee percelen gesplitst, dan blijft het recht bestaan voor elk deel dat er nog iets aan heeft (artikel 5:76). En koop je een huis waar een mondelinge afspraak over een achterom bij hoort, dan koop je die afspraak niet mee: die was gedogen en die stopt bij de overdracht.
Huur je het huis, dan gebruik je het pad via je verhuurder. Het recht is van de eigenaar, maar de huurder mag het gebruiken als onderdeel van het gehuurde. Blokkeren de buren het pad, dan is dat een gebrek dat je bij de verhuurder meldt; hij is degene die de buren kan aanspreken, want het recht staat op zijn naam.
Ruzie over het pad: de volgorde die werkt
Van de 81 zaken die we lazen, waren er 21 in hoger beroep of cassatie. Dat zijn conflicten van jaren, met kosten die ver boven de waarde van het pad liggen. Deze volgorde houdt de meeste ruzies vóór de rechter.
- Lees de akte, van jou én van de buren. Negen van de tien discussies gaan over wat er precies is afgesproken, en dat staat er meestal gewoon. Vraag zo nodig een kopie op bij het Kadaster.
- Laat bij twijfel een erfdienstbaarhedenonderzoek doen. Het kost 190 tot 350 euro en het maakt een einde aan de vraag óf er een recht is, zodat het gesprek alleen nog gaat over hóe.
- Zet op papier wat je met de buren afspreekt: de breedte, wie de sleutel heeft, wie de bestrating onderhoudt, wie wat betaalt. Gedateerd en door beiden ondertekend. Wil je dat het ook voor de volgende eigenaren geldt, laat het dan door de notaris in een akte zetten.
- Komen jullie er samen niet uit, bel dan buurtbemiddeling. In de meeste gemeenten is dat gratis, en een bemiddelaar krijgt vaak in één gesprek voor elkaar wat drie boze brieven niet lukte.
- Kijk in je rechtsbijstandverzekering. Burenrecht valt bij de meeste polissen onder de dekking voor wonen, en de verzekeraar stuurt dan eerst zelf een jurist die de akte leest en de buren aanschrijft.
- Pas dan de rechter. Is de doorgang echt versperd, dan kan dat in kort geding. Gaat het om verjaring, uitleg van de akte of opheffing, dan is het een bodemprocedure van maanden. Neem in beide gevallen de tabel op deze pagina mee, want de rechter begint bij hetzelfde artikel als jij.
Veelgestelde vragen
Is een recht van overpad onbeperkt?
Nee. Het recht is precies zo groot als de akte zegt, en als de akte zwijgt, zo groot als de plaatselijke gewoonte en het gebruik van de afgelopen jaren (artikel 5:73 BW). Het gebruik moet bovendien op de voor de grondeigenaar minst bezwarende manier (5:74). Overpad geeft het recht om te komen en te gaan; parkeren, opslag of een zwaarder gebruik dan afgesproken valt er niet onder.
Hoe kom ik erachter of er recht van overpad is?
Kijk onder 'erfdienstbaarheden' in je eigen eigendomsakte en in die van de buren. Een kopie van een akte kost bij het Kadaster 19,85 euro per e-mail. Staat er niets, dan vraag je een erfdienstbaarhedenonderzoek aan voor het dienende erf: 190 euro voor een beperkt onderzoek tot 1950, 350 euro voor een volledig onderzoek. Tarieven van het Kadaster, geraadpleegd op 11 september 2026.
Wat is het verschil tussen recht van overpad en erfdienstbaarheid?
Erfdienstbaarheid is de verzamelnaam uit artikel 5:70 BW voor elke last waarmee het ene erf ten gunste van het andere is bezwaard. Recht van overpad is de bekendste vorm daarvan: de last om te dulden dat de buren over jouw grond naar de weg gaan. Een leiding door de grond van de buren of een raam dat op hun tuin uitkijkt is ook een erfdienstbaarheid. Dezelfde regels gelden voor allemaal.
Wie betaalt het onderhoud van het pad bij recht van overpad?
De gebruiker van het pad, dus de eigenaar van het heersende erf. Artikel 5:75 BW zegt dat hij op eigen kosten mag aanleggen wat voor het gebruik nodig is, zoals bestrating of verlichting, en dat hij dat moet onderhouden. De grondeigenaar hoeft niets te doen. De akte mag hiervan afwijken, en bij gezamenlijke achterpaden staat er vaak in dat alle eigenaren gelijk delen.
Hoe breed moet een recht van overpad zijn?
De wet noemt geen maat. De breedte is wat in de akte staat, en als die geen maat noemt, de breedte die het pad al die jaren feitelijk had (artikel 5:73 BW). Een pad dat altijd drie meter breed was, mag de grondeigenaar niet tot een meter versmallen; een paar centimeter door een nieuwe schutting is meestal geen probleem, zolang de toegang blijft zoals afgesproken.
Mag ik met de auto over een recht van overpad?
Alleen als de akte dat toestaat of als het pad al lange tijd zonder tegenspraak met de auto is gebruikt. Staat er 'te voet' of 'te voet en per fiets', dan is een auto er niet bij. Van te voet overgaan naar de auto is een verzwaring en die mag niet zonder nieuwe akte. In 2025 en 2026 wezen de gerechtshoven van Amsterdam en Arnhem-Leeuwarden allebei een door verjaring geclaimd recht om met de auto over het pad te rijden af.
Bronnen
Elke bewering op deze pagina komt uit een van deze bronnen. Ze zijn nagelopen op 30 augustus 2026. Wetgeving verandert, dus check bij twijfel de bron zelf.
- Burgerlijk Wetboek Boek 5, titel 6 Erfdienstbaarheden (artikelen 70 tot en met 84) en artikel 57 over de noodweg, geldende tekst per 1 januari 2026
- Burgerlijk Wetboek Boek 3, artikelen 3:99, 3:105 en 3:306 over verjaring
- Kadaster, erfdienstbaarhedenonderzoek en kopie van een akte, met tarieven
- De Rechtspraak, uitsprakenregister, zoekopdracht 'recht van overpad' binnen civiel recht, met de zes genoemde ECLI-nummers
Gereedschap voor je eigen adres
Drie dingen die je hier gratis kunt uitzoeken en die je nergens anders zo vindt. Ze draaien op open data van het Kadaster, de BAG en RVO, dus het antwoord geldt voor jouw huis en niet voor een gemiddelde.
Dit is geen juridisch advies
We zetten hier op een rij wat er in de regels staat en waar die staan. Jouw situatie kan afwijken, en bij een geschil gaat je eigen contract, je splitsingsakte of de verordening van je gemeente voor. Kom je er niet uit, dan kun je terecht bij Het Juridisch Loket, de Huurcommissie of een advocaat.